Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te stemmen op de situatie van de een persoon als bedoeld in artikel , eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 wordt bij het onderzoek inzake het advies ex artikel 38 van de Verordening indien van toepassing aandacht besteed aan:
de algemene gezondheidstoestand van de een persoon als bedoeld in artikel , eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6;
de beperkingen die de een persoon als bedoeld in artikel , eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 in zijn functioneren ondervindt als gevolg van ziekte of gebrek;
de woning en de woonomgeving van de een persoon als bedoeld in artikel , eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6;
de psychisch en sociaal functioneren van de een persoon als bedoeld in artikel , eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6;
de sociale omstandigheden van de een persoon als bedoeld in artikel , eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6.
Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt door het college bij deze bevindingen aangesloten.
Hoofdstuk 7.
Artikel 13.
Samenhangende afstemming.
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2011