**1..** Het netto-inkomen wordt als volgt berekend:
Loontrekkenden of uitkeringsgerechtigden:
nettoloon op loonstrookje of uitkeringsspecificatie, vermeerderd met vakantietoeslag en de fiscale heffingskortingen voor zover deze niet zijn vrijgelaten.
Zelfstandigen:
inkomen volgens de belastingopgave van het laatst verstreken kalenderjaar minus verschuldigde inkomstenbelasting (forfaitair percentage conform artikel 6 lid 2 Bbz 2004)
**2..** Bij de vaststelling van het netto-inkomen wordt het inkomen uit vermogen in aanmerking genomen voorzover dit, na aftrek van de eventueel verschuldigde vermogensrendementsheffing, meer bedraagt dan 10 procent van de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Wet werk en bijstand.
**3..** Indien wordt deelgenomen aan een bedrijfsspaarregeling wordt bij de vaststelling van het netto-inkomen uitgegaan van het nettoloon dat zou zijn ontvangen indien niet aan de bedrijfsspaarregeling zou worden deelgenomen. Ter bepaling hiervan dient een aparte loonspecificatie te worden overgelegd indien B&W daarom verzoeken.
**4..** De periode waarover het netto-inkomen wordt vastgesteld is het kalenderjaar waarin de aanvraag voor de voorziening is gedaan.
**5..** Doeluitkeringen worden niet als inkomen aangemerkt.
**6..** Artikel 4.2 Besluit Maatschappelijke Ondersteuning wordt voor wat betreft de differentiatie van inkomsten van toepassing verklaard ofwel zijn alle inkomsten die voldoen aan onderstaande voorwaarden als inkomsten aan te merken ingevolge dit besluit.
indien met betrekking tot het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, in het peiljaar;
in de overige gevallen: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, in het peiljaar.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.1
Vaststellen netto-inkomen bij Collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV)
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2011