Indien bij gehuwden of daarmee gelijk gestelde (artikel 1 lid 2 t/m lid 7 van de Wet zijn van toepassing) de persoon op wiens naam de hulp bij het huishouden is geïndiceerd niet langer deel uit maakt van de gezamenlijke huishouding, wordt de hulp bij het huishouden ten behoeve van de achterblijvende partner voor de duur van 6 weken voortgezet en zal in de tussentijd onderzocht worden of hulp bij het huishouden voor deze persoon geïndiceerd is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 5.4
Overgangsrecht bij wijziging gezinssituatie
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2011