Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 8.

Inkomensgrens recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2011

1.. De grens waarboven een persoon niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komt, als genoemd in artikel 31 van de Verordening, bedraagt 1 ½ maal de ten behoeve van de persoon met beperkingen geldende norm ingevolge de Wet werk en bijstand. 2.. Een persoon, die niet voldoet aan het gestelde in lid 1, maar die over een inkomen beschikt tussen 1 ½ en 2 maal de norm ingevolge de Wet werk en bijstand, komt toch voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 28 sub a van de Verordening in aanmerking in die zin dat een maximaal aantal strippen wordt toegekend van 50% van de in dit besluit vastgestelde maximum.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel