1. Als sprake is van bezwaar tegen een gemeentelijke belastingaanslag, wordt voor de toepassing van de wegingsfactoren die zijn genoemd in onderdeel C1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, een zaak in beginsel aangemerkt als:
a. zeer licht, als een belastingbedrag van minder dan € 450,- in geschil is;
b. licht, als een belastingbedrag van € 450,- of meer, maar minder dan € 900,- in geschil is;
c. gemiddeld, als een belastingbedrag van € 900,- of meer, maar minder dan € 6.750,- in geschil is;
d. zwaar, als een belastingbedrag van € 6.750,- of meer, maar minder dan € 22.500,- in geschil is;
e. zeer zwaar, als een belastingbedrag van € 22.500,- of meer in geschil is.
2. Als sprake is van bezwaar tegen een beschikking Wet waardering onroerende zaken, wordt voor de toepassing van de wegingsfactoren die zijn genoemd in onderdeel C1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, een zaak in beginsel aangemerkt als:
a. zeer licht, als een WOZ-waarde van minder dan € 45.000,- in geschil is;
b. licht, als een WOZ-waarde van € 45.000,- of meer, maar minder dan € 90.000,- in geschil is;
c. gemiddeld, als een WOZ-waarde van € 90.000,- of meer, maar minder dan € 675.000,- in geschil is;
d. zwaar, als een WOZ-waarde van € 675.000,- of meer, maar minder dan € 2.250.000,- in geschil is;
f. zeer zwaar, als een WOZ-waarde van € 2.250.000,- of meer in geschil is.
3. Als sprake is van een bezwaar tegen zowel een beschikking Wet waardering onroerende zaken als een aanslag onroerende-zaakbelastingen, waarbij het om hetzelfde object gaat, wordt uitgegaan van het bepaalde in artikel 3, lid 2 van deze beleidsregels.
Artikel 3
Wegingsfactoren
Onderdeel van Beleidsregels voor de bepaling van de hoogte van de proceskostenvergoeding in fiscale bezwaarprocedures