Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Artikel 5:

Onderdeel van Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2005

De Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2005 treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Aldus besloten door de raad der gemeente Valkenburg aan de Geul in zijn openbare vergadering van 20 september 2004. De Griffier, De Voorzitter, A.Hoeberichs drs. C.A.C.M. Nuytens Algemene toelichting De Wet werk en bijstand kent ten opzichte van de vroegere Abw een aantal wijzigingen in de regeling van de gevolgen voor de bijstand van het vermogen gebonden in voor bewoning bestemde zaken. De nieuwe regeling is niet alleen van toepassing op registergoederen (eigendomswoning en woonschepen boven een bepaald tonnage), maar ook op niet-registergoederen, zoals woonwagens en woonschepen onder een bepaald tonnage. De Wet werk en bijstand beoogt hiermee de rechtsgelijkheid te bevorderen en het hiaat in te vullen dat in deze door de rechtspraak is geconstateerd. Voorts is het aan de gemeente gelaten om te bepalen of de als lening verstrekte bijstand al dan niet wordt gezekerd door middel van een hypotheek- of, waar het niet-registergoederen betreft, door een pandovereenkomst. Met deze verordening wordt gekozen voor de hiervoor bedoelde zekerheidsstelling door middel van hypotheek dan wel pandrecht. Voor de vrijlating van het vermogen gebonden in de eigen woning met bijbehorend erf, de eigen woonwagen of het eigen woonschip wordt verwezen naar artikel 34, tweede lid, onder d van de Wet werk en bijstand. Naast deze verordening is er nog een door het college vastgesteld besluit (Besluit krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004) met daarin opgenomen nadere voorwaarden waaronder bijstand in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of onder vestiging van pandrecht dient te worden verleend. Artikelsgewijze toelichting B. Hoofdstuk 1: Krediethypotheek

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel