Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.
Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het
perceel wordt afgevoerd.
3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water
dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar
het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is
aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor
een volle maand gerekend.
4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn
voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste
capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
de eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid
opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water
wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.