Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening 2012

1.. De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25 van de wet, bedraagt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder: 20 procent van de gezinsnorm als in de woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 10 procent van de gezinsnorm als één of meer anderen het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 2.. Voor toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval niet wor-den gedeeld met een inwonend studerend kind dat aanspraak maakt op studiefinanciering of een tege-moetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten. 3.. In afwijking van het eerste lid wordt aan de alleenstaande van 21 jaar geen toeslag verstrekt. 4. In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar: 10 procent van de gezinsnorm als in de woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 5 procent van de gezinsnorm als één of meer anderen het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als artikel 6 van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel