1 De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid onderdelen b en d van
de Gemeentewet.
2 De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen bij de
heffingsambtenaar middels een aan hem uit te reiken aangiftebiljet. In
afwijking van artikel 9, eerste lid van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee weken na het uitnodigen
daartoe gedaan.
3 Het aangiftebiljet wordt vastgesteld door het college van burgemeester en
wethouders.
Artikel 12
Aanmeldingsplicht; aangifte
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2011