Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd, dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 april in het jaar na afloop van het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend de volgende bescheiden in bij het college:
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd (activiteitenverslag);
Een financieel verslag dat tenminste het volgende omvat:
Een balans; toestand aan het einde van het afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop
Een exploitatierekening, conform artikel 4:76, tweede tot en met het vijfde lid. Bij de exploitatierekening wordt dezelfde indeling gehanteerd als de begroting.
Het financieel verslag dient uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar voorzien te zijn van een accountantsverklaring als bedoeld in art. 393, vijfde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. 4:78 AwB is van overeenkomstige toepassing.
Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid bedoelde bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het college besluiten om de subsidie lager vast te stellen.
Het college kan besluiten dat de verplichtingen zoals neergelegd in het tweede lid, van dit artikel, voor een bepaalde categorie subsidieontvangers niet gelden.
Hoofdstuk 2
Artikel 15
Verantwoording bij structurele subsidie van € 50.000 of meer
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening gemeente Culemborg 2011