Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afronding van de gesubsidieerde activiteiten de volgende bescheiden in bij het college:
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd (activiteitenverslag);
Een financieel verslag dat tenminste het volgende omvat:
Een balans; naar de toestand aan het einde van het afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop;
Een exploitatierekening, conform artikel 4:76, tweede tot en met het vijfde lid. Bij de exploitatierekening wordt dezelfde indeling gehanteerd als de begroting.
Het financieel verslag dient uiterlijk zes maanden na afronding van de gesubsidieerde activiteiten te zijn voorzien te zijn van een accountantsverklaring als bedoeld in art. 393, vijfde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. 4:78 AwB is van overeenkomstige toepassing
Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid bedoelde bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het college besluiten om de subsidie lager vast te stellen.
Het college kan besluiten dat de verplichtingen zoals neergelegd in het tweede lid voor een bepaalde categorie subsidieontvangers niet gelden.
Hoofdstuk 3
Artikel 25
Verantwoording bij incidentele subsidie van € 50.000 of meer
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening gemeente Culemborg 2011