Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afronding van de gesubsidieerde activiteiten de volgende bescheiden in bij het college:
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd (activiteitenverslag);
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag);
Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid bedoelde bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het college besluiten om de subsidie lager vast te stellen.
Hoofdstuk 3
Artikel 24