Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 7

Ingangsdatum, tijdvak en recidive

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Gemeente Leudal

1.. Tenzij in de verordening anders is bepaald, gaat de maatregel in met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van een maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. 2.. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden toegepast, voor zover de bijstand of de langdurigheidtoeslag nog niet is uitbetaald. 3.. Daar waar mogelijk is de periode van de maatregel gekoppeld aan de periode gedurende welke de belanghebbende de aan hem opgelegde verplichtingen, verwijtbaar niet nakomt. De duur van de maatregel bedraagt echter minimaal de termijnen die in de hoofdstukken 2 tot en met 4 vermeld staan. 4.. Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen. 5.. Indien de belanghebbende, binnen 1 jaar nadat de verwijtbare gedraging zich heeft voorgedaan, wederom zijn verplichtingen verwijtbaar niet nakomt, worden de minimale termijnen waarnaar in lid 3 wordt gerefereerd en welke in de hoofdstukken 2 tot en met 4 vermeld staan verdubbeld.

Rechtspraak bij dit artikel