Naar hoofdinhoud
1.. Overtreding van de bij deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen of niet-naleving van voorschriften, welke aan een ontheffing zijn verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie, terwijl als bijkomende straf openbaarmaking van het gerechtelijk vonnis kan worden bevolen. Gew.rb. 24 april 1986. 2.. Indien het strafbare feit wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, enige andere vereniging van personen of een doelvermogen, zijn de bestuurders, leden van het bestuur of commissarissen, alsmede hen die tot het feit opdracht hebben gegeven of die de feitelijke leiding hebben gehad bij het verboden handelen, strafbaar.

Rechtspraak bij dit artikel