De in artikel 2 bedoelde belasting wordt niet geheven voor:
het hebben van voorwerpen of werken, ten behoeve van eigendommen
welke bij de gemeente of haar instellingen in gebruik zijn, met
uitzondering van eigendommen welke aan derden zijn verhuurd of in
beheer en exploitatie zijn gegeven;
het hebben van voorwerpen of werken welke, noodzakelijk voor de
uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de
provincie, de gemeente of door waterschappen zijn aangebracht of
geplaatst;
verzamelbakken, zoals glascontainers, welke in het belang van het
hergebruik van afzonderlijk in te zamelen afvalstoffen bedoeld in
artikel 10.17 van de Wet milieubeheer op of in de voor de openbare
dienst bestemde grond zijn geplaatst;
brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen;
wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse
Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;
het hebben van voorwerpen waarvan de aanwezigheid door de gemeente
op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden
gedoogd;
het hebben van voorwerpen uitsluitend langs de gevel aangebracht,
welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,10 meter
buiten de gevel steken;
het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd door een liefdadig
doel of door instelling of groeperingen welke een bijdrage kunnen
leveren tot politieke of maatschappelijke bewustwording van de
burgers, en welke nog direct, noch indirect een zakelijk belang
nastreven.
het hebben van reclame-uitingen en aankondigingen voor een periode
van maximaal vier aaneengesloten weken per jaar;
evenementen die openbaar toegankelijk zijn en die worden
georganiseerd ten behoeve van de Leiderdorpse bevolking door een
instelling zonder winstoogmerk.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2011