Naar hoofdinhoud

AFDELING III

Artikel 11

Parkeren motorvoertuig

Onderdeel van Parkeerverordening

1.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een vergunningplaats of in de kelder van het stadhuis slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: [vervallen] zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van het vergunningbewijs; in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften. 2.. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bestuurders van gehandicaptenvoertuigen en bestuurders van motorvoertuigen, waarin op de voorgeschreven wijze een geldige en behoorlijk leesbare gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht. Zij mogen niet langer dan drie uur parkeren en bestuurders van een motorvoertuig moeten daarbij duidelijk zichtbaar een parkeerschijf voeren waarmee het tijdstip waarop met parkeren is begonnen wordt aangegeven. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel