Het subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, dat:
de voorzieningen zijn getroffen binnen twee jaren na de beschikkingsdatum;
aan de door het college met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:
toegang wordt verleend tot het gebouwde onroerend goed;
inzage wordt verleend van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens worden verstrekt;
gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens;
de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van deze verordening, worden verstrekt;
bij het treffen van de voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in de vestigingswet 1954, dan wel het bepaalde in de krachtens deze wet vastgestelde vestigingsbesluiten.
Het college kan de in het eerste lid onder a genoemde termijn verlengen.
Het college kan aan de subsidieverlening nadere voorwaarden verbinden.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.7.
Voorwaarden waaronder het subsidie wordt verleend
Onderdeel van SUBSIDIEVERORDENING STADS- EN DORPSVERNIEUWING 2002