Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van SUBSIDIEVERORDENING STADS- EN DORPSVERNIEUWING 2002

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Een monument: Een rijksmonument. De voorziening: De verbetering van een bestaande situatievan een monument waarmee het belang van de stadsvernieuwing en de volkshuisvesting is gediend. Subsidiabele kosten: De kosten zoals deze door of namens het college bij de subsidieverlening in aanmerking worden genomen. Restauratie: Werkzaamheden die het onderhoud zoals bedoeld in dit artikel te boven gaan. De werkzaamheden zijn gericht op het opheffen van bouwtechnische gebreken. Bouwtechnische gebreken zijn gebreken aan een draagconstructie of de schil van een monument die tot uitdrukking komen, hetzij door aantasting van het draagvermogen van onderdelen, hetzij door het verloren gaan van de samenhang tussen de onderdelen en wel zodanig, dat het directe voortbestaan van een monument in gevaar is gebracht en de bruikbaarheid van het casco ernstig wordt belemmerd. Onder de draagconstructie en de schil van een monument worden in dit verband verstaan: fundering; balklagen en vloeren; dragende binnenwanden, (halfsteens)muren en gevels; dakconstructie. Onderhoud: Eén of meer van de werkzaamheden, die op basis van de ‘Subsidieregeling Duurzame Instandhouding Cultuurhistorische Waarden’ als subsidiabele onderhoudskosten kunnen worden aangemerkt. Bijzondere ‘monumentale’ onderdelen: Bepaalde gevelelementen die van grote cultuurhistorische waarde zijn. Het BRRM: Het Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten 1997 vastgesteld bij besluit van 19 september 2000, Staatsblad 390. Het BROM: Het Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten vastgesteld bij besluit van 14 september 2001, Staatsblad 415.

Rechtspraak bij dit artikel