De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in
hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in
hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden
gehouden;
die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1,
onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is
opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid,
van genoemd besluit;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting
is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede
lid, van genoemd besluit;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de
moederhond worden gehouden;
die worden gehouden door burgemeester en wethouders aangewezen
personen die met toestemming van het bevoegd gezag een hond voor de
politiedienst gebruiken en/of voor dat doel hebben afgericht;
die waarvan de houder geen ingezetene is van de gemeente en de hond
niet langer dan 60 dagen in het belastingjaar in de gemeente
verblijft.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2012