Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het
belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is
het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na
de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing
wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als
er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2011