De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
degene die het voertuig heeft geparkeerd.
Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft de
belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
voertuig, met dien verstande dat:
indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren
ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de
houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig
heeft geparkeerd;
indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig
heeft geparkeerd.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, van dit
artikel als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt
aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft
gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen
voorkomen.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2012