De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren op
parkeerapparatuurplaatsen, wordt geheven bij wege van voldoening op
aangifte bij de aanvang van het parkeren.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven op
andere wijze en moet worden betaald op het tijdstip waarop de
vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen
van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met
inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde
voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.
Artikel 7
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2012