De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
gewijzigd of verwijderd.
Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als
bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan
tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord
of voorziening als bedoeld in het eerste lid.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
Belemmeringenwet Privaatrecht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 6
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1