Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
verloren.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
verbod is niet van toepassing op:
speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
Kansspelen vergunning is verleend;
speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
verlenen;
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
verrichten.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de
burgemeester de vergunning indien de exploitatie van een
speelgelegenheid in strijd is met een geldend
bestemmingsplan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2:39
Speelgelegenheden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1