Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:42

Plakken en kladden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1

Het is verboden een openbare plaats, dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is, en/of inzamelmiddelen voor afval te bekrassen of te bekladden. Het is verboden om aanplakbiljetten of andere geschriften, afbeeldingen of aanduidingen aan te brengen of te laten aanbrengen op een openbare plaats, op onroerende zaken die vanaf een openbare plaats zichtbaar zijn en/of op inzamelmiddelen voor afval. Het is verboden om met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te laten aanbrengen op een openbare plaats, op onroerende zaken die vanaf een openbare plaats zichtbaar zijn en/of op inzamelmiddelen voor afval. De verboden in lid 2 en 3 gelden niet wanneer degene die de handeling verricht in het bezit is van schriftelijke toestemming van de rechthebbende, wanneer er gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift of wanneer er sprake is van normaal gebruik op de wegverharding van stoepkrijt ten behoeve van sport of spel. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen, bekendmakingen en commerciële uitingen. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen, bekendmakingen en commerciële uitingen. Deze nadere regels mogen geen betrekking hebben op de inhoud van meningsuitingen en bekendmakingen. De houder van de in het vierde lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

Rechtspraak bij dit artikel