Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:57

Loslopende honden, verboden plaatsen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1

De rechthebbende op een hond is verplicht zijn of haar hond aan te lijnen indien de hond zich binnen de bebouwde kom, op of aan de weg bevindt, met uitzondering van die plekken die zijn aangewezen op grond van het vierde lid. De rechthebbende op een hond is verplicht zijn of haar hond aan te lijnen indien de hond zich buiten de bebouwde kom bevindt op een plek die is aangewezen op grond van het vijfde lid. De rechthebbende op een hond mag deze hond, al dan niet aangelijnd, niet laten verblijven op voor kinderen bestemde openbare speelplaatsen, speelweiden of trapveldjes dan wel op plekken die op grond van het zesde lid door het college zijn aangewezen. Het college kan plaatsen binnen de bebouwde kom aanwijzen waar honden onaangelijnd mogen verblijven. Het college kan plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen waar honden dienen te worden aangelijnd ter voorkoming van gevaar, hinder of overlast. Het college kan plaatsen aanwijzen waar honden niet mogen verblijven, ter voorkoming van gevaar, hinder of overlast. Het bepaalde in de leden 1 t/m 3 is niet van toepassing voor zover de rechthebbende op een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is.

Rechtspraak bij dit artikel