In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10
centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld.
In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede
van de dikste stam. In het kader van een herplant-
of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften
gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen
kleiner dan 10 centimeter dwarsdoorsnede op 1,3
meter boven het maaiveld;
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
bomen;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het
voortbestaan van de houtopstand;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
Boswet;
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:10
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1