De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of andere
dergelijke inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden
verkocht welke ter plaatse kunnen worden genuttigd, is
verplicht:
een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de
inrichting op een duidelijk zichtbare plaats
aanwezig te hebben, waarin het publiek papier,
etensresten, verpakkingsmateriaal en ander afval kan
achterlaten;
zorg te dragen dat die mand, die bak of dat
soortgelijke voorwerp van een zodanige constructie
is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft
en dat die mand, die bak of dat voorwerp steeds
tijdig wordt geledigd.
De houder of beheerder van een inrichting bedoeld in het
eerste lid is verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk
een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval
terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met
het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel,
in de nabijheid van de inrichting op de weg achtergebleven
stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit of van die
inrichting afkomstig, worden verwijderd.
De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting
geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde
voorschriften van toepassing zijn.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 2
Artikel 4:7E
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1