**1..** De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders;
verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.
**2..** Indien de raad de ontheffing van het ingezetenenschap van de wethouder verlengt, zoals bedoeld in artikel 36a, tweede lid van de Gemeentewet, kan de wethouder anderhalf jaar na zijn benoeming geen aanspraak meer maken op de onder het eerste lid genoemde vergoedingen.
Hoofdstuk III
Artikel 23
Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming.
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2009