Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Aanwijzing van vrij te houden weggedeelten en wegen

Onderdeel van Wegsleepverordening gemeente Culemborg 2006

Als weggedeelten en wegen zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c van deze verordening worden alle weggedeelten en wegen binnen de gemeente aangewezen voor zover ze behoren tot één van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van weggedeelten en wegen. Wegslepen kan dientengevolge: op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt; op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt; op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voor zover: het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd; op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage: tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig; op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen; op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven; in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage; op een beweegbare brug, nader aangeduid door bord , voorzover het voertuig de vrije doorgang belemmert; op een fietspad, nader aangeduid door bord G11,G1 2a of G13 van die bijlage; op een fietsstrook, nader aangeduid door een doorgetrokken of onderbroken streep gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht; op een erf, nader aangeduid door bord G5 van die bijlage, voorzover het voertuig niet is geparkeerd op een parkeerplaats die als zodanig is aangeduid of aangegeven. op een weg of weggedeelte waar een markt wordt gehouden, dan wel marktterreinen; op een weg of weggedeelte waar een evenement wordt gehouden; op een weg of weggedeelte waar een vergunning voor een snuffel- of rommelmarkt is verstrekt; op een weg of weggedeelte waar een standplaatsvergunning is verstrekt; op een weg of weggedeelte waar een vergunning voor een optocht is verstrekt; op een weg of weggedeelte waar een vergunning voor een feest is verstrekt; op een weg of weggedeelte waar een vergunning voor een betoging is verstrekt; voor een inrit of een uitrit voor een (auto-)wrak voor een voertuig genoemd in artikel 5.1.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Culemborg 2003, te weten: woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel