Het is verboden een gemeentelijk monument, zoals bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorschriften verbinden met betrekking tot de uitvoering en/of materiaalgebruik.
Het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet indien burgemeester en wethouders nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
Burgemeester en wethouders verlenen met betrekking tot een kerkelijk monument geen vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.