Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

De aanwijzing als gemeentelijk monument

Onderdeel van Erfgoedverordening Culemborg 2010

Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak, object of terrein aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument of als beeldbepalend pand. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de Monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. Burgemeester en wethouders stellen de raad in kennis van het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk monument of beeldbepalend pand. Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument als gemeentelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, een terrein aanwijzen als: gebied met gekende maar nader te waarderen en/of te begrenzen archeologische waarde (archeologisch waardevol gebied); gebied met een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde (archeologisch onderzoeksgebied).

Rechtspraak bij dit artikel