Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand 2012

Het college kan aan een belanghebbende ondersteuning bieden bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid of, als dat doel niet bereikbaar is, bij maatschappelijke participatie. Het college bepaalt welke voorzieningen in elk geval kunnen worden aangeboden, alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 16, nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op: De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden De weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of – vaststelling; De aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies; De betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; Het vragen van een eigen bijdrage; Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Het college kan een voorziening beëindigen indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet niet nakomt; de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van deze verordening (doelgroep van de wet); de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. Er wordt gebruik gemaakt van de participatieladder om het benodigde maatwerk te kunnen leveren. De volgende elementen maken in ieder geval deel uit van het ondersteuningsaanbod door het college: onderzoek door deskundigen; ondersteuning bij maatschappelijke participatie; scholing en onderwijs; activiteiten met behoud van uitkering zoals vrijwilligerswerk, proefplaatsing en leerwerkstage; stage waaraan een stagevergoeding kan worden verbonden een werk- en leeraanbod; participatieplaatsen; gesubsidieerd werk; nazorg bij arbeidsinschakeling. Het college kan een belanghebbende die niet-direct bemiddelbaar is, een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden conform artikel 10a van de wet. de werkstage kan gecombineerd worden met een opleiding ter verkrijging van een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt; de werkstage kan gecombineerd worden met een opleiding ter verkrijging van een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt; deze werkstage duurt maximaal 24 maanden. Met de mogelijkheid van verlenging van twee maal één jaar; in een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd het doel en omvang van de werkstage alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden conform artikel 10a van de wet door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Het college betrekt bij deze beoordeling: het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert; de scholingswens van de belanghebbende; de eventuele test van het scholingsinstituut.

Rechtspraak bij dit artikel