De langdurigheidtoeslag bedraagt per jaar 40% van de op de peildatum van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de wet, waarbij:
de verhoging op grond van paragraaf 3.3 van de wet voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, gesteld wordt op het maximum als genoemd in artikel 25 van de wet;
de verlaging op grond van paragraaf 3.3 van de wet voor de gehuwden,niet van toepassing is;
de hoogte van de bijstandsnorm wordt gesteld op het niveau op 1 januari van het jaar waarin de peildatum ligt.
Indien één van de gehuwden op de peildatum geen recht op langdurigheidtoeslag, is voor de rechthebbende echtgenoot de langdurigheidtoeslag gelijk aan de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor de berekening van de hoogte van de langdurigheidtoeslag van het nieuwe jaar wordt gebruik gemaakt van het normniveau van juli van het jaar daaraan voorafgaand.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6
– Hoogte van de langdurigheidtoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Gemeente Culemborg 2009