Aan de in artikel 36, eerste lid, van de WWB gestelde voorwaarde van het
hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de
referteperiode van 60 maanden voorafgaande aan de peildatum gedurende
een inkomen is ontvangen dat niet hoger was dan 110% van de op de
desbetreffende alleenstaande, alleenstaande ouder met zijn te laste
komende kinderen of gezin van toepassing zijnde bijstandsnorm, als
bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de WWB.