Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Hoogte van de langdurigheidtoeslag

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2012

De langdurigheidtoeslag bedraagt per jaar 40% van de op de peildatum van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de WWB, waarbij: de verhoging op grond van paragraaf 3.3 van de WWB voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, gesteld wordt op het maximum als genoemd in artikel 25 van de WWB; de verlaging op grond van paragraaf 3.3 van de WWB op de gezinsnorm,niet van toepassing is; de hoogte van de bijstandsnorm wordt gesteld op het niveau op 1 januari van het jaar waarin de peildatum ligt. Indien één van de gezinsleden op de peildatum geen recht op langdurigheidtoeslag heeft, is voor de overige rechthebbende gezinsleden de langdurigheidtoeslag gelijk aan de hoogte die voor de aldus ontstane situatie geldt, dit kan ook betekenen de voor hem geldende norm als alleenstaande of alleenstaande ouder. Voor de berekening van de hoogte van de langdurigheidtoeslag van het nieuwe jaar wordt gebruik gemaakt van het normniveau van januari van het jaar daaraan voorafgaand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel