Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 10

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Verordening Maatregelen 2012

Onverminderd artikel 2, derde lid, wordt de maatregel vastgesteld op: twintig procent van de bijstandsnorm of IOAW/Z grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; veertig procent van de bijstandsnorm of IOAW/Z grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; zestig procent van de bijstandsnorm of IOAW/Z grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; honderd procent van de bijstandsnorm of IOAW/Z grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel