Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Verordening Maatregelen 2012

Indien en belanghebbende zich tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet als bedoeld in artikel 18 lid 2 van de WWB, artikel 20 lid 2 IOAW of artikel 20 lid 1 IOAZ zeer ernstig misdraagt, wordt een maatregel opgelegd van 40% van de WWB of de grondslag IOAW/Z. De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven. In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden opgelegd van 100 procent van de WWB of de grondslag IOAW/Z, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd er sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel