De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor gezinsleden, of daarmee gelijkgestelden (zoals bedoeld in artikel 4 WWB), die een woning delen met één of meer anderen en hierdoor lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben.
Deze kosten kunnen in ieder geval niet of niet geheel gedeeld worden met thuisinwonende meerderjarige kinderen die een eigen inkomen hebben van ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 3.18 van de Wet Studiefinanciering 2000 en verder voldoen aan wat is genoemd onder artikel 4 lid 2 WWB. Dan wel voldoen aan het gestelde van artikel 4 lid 5 en daarmee tijdelijk niet tot het gezin behoren.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Verlaging gezinsnorm
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012