Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een stads- en dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij het advies aan de monumentencommissie.
De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
De monumentencommissie adviseert binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van het verzoek van het college.
Het college beslist binnen veertien weken na de datum van ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen zesentwintig weken na de adviesaanvraag aan de commissie,
Het college registreert het beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht op de lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten.
De lijst van beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarde, en objecten opgenomen in de lijst historisch waardevol.