Naar hoofdinhoud
1. Indien geen van de leden van het college van burgemeester en wethouders bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. 2. Indien een lid van het college van burgemeester en wethouders bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt mondeling gestemd tenzij het derde lid wordt toegepast. 3. Indien een lid van het college van burgemeester en wethouders dat verlangt, wordt bij het nemen van een besluit over een benoeming, voordracht of aanbeveling van personen gestemd bij gesloten en ongetekende briefjes. 4. Indien de stemming als bedoeld in het derde lid is beperkt tot één persoon en de stemmen staken, beslist de voorzitter. 5. Indien in de overige gevallen bij een eerste stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen dan heeft een tweede stemming plaats tussen de twee personen die bij de eerste stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de eerste stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de tweede stemming zal plaatshebben. Indien bij de tussenstemming of bij de tweede stemming de stemmen staken, beslist de voorzitter. 6. Op een tijdens de rondvraag ingebracht voorstel neemt het college van burgemeester en wethouders geen inhoudelijk besluit.

Rechtspraak bij dit artikel