**1.** De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2.** De zittingsperiode van een lid, zijnde niet-raadslid, eindigt van rechtswege na een daartoe strekkende mededeling van de fractievoorzitter aan de voorzitter van de raad.
**3.** De raad kan een lid ontslaan indien hij/zij niet meer voldoet aan de in artikel 55 onder lid 5 genoemde eisen. De raad draagt de uitvoering hiervan op aan de voorzitter van de raad (beslissingsmandaat).
Hoofdstuk 9
Artikel 59
Zittingeperiode
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden en taken van de (voorbereidende) gemeenteraad