**1.** De rekenkamercommissies heeft de in de volgende leden vermelde
bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de
volgende periode:
openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de
gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt
in de regeling;
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met
beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan
vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt,
over de jaren dat de gemeente meer dan vijftig procent van
het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente
of een derde voor rekening en risico van de gemeente
rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie
heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent
van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze
subsidie, lening of garantie betrekking heeft.
**2.** De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere
inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking
hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben
gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die
instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer
documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling
de overlegging daarvan vorderen.
**3.** De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid,
daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de
derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een
onderzoek instellen. De rekenkamer stelt de raad en het college van
haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.