Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Ontslag en non-activiteit

Onderdeel van Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie

1. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit. 2. Het lidmaatschap van een raadslid eindigt: op eigen verzoek; indien het lid aftreedt als lid van de raad; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van de rekenkamercommissie te vervullen. 3. Het lidmaatschap van een extern lid eindigt: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie (analoog aan artikel 81 f GW); wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheids-beneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft gekregen of wegens schulden is gegijzeld; indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. 4. De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel