Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Bijstandsverordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2010

1.. In deze verordening wordt verstaan onder de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, 375 ); alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; gehuwde: een persoon die gehuwd is; kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; woning: een woning, een woonwagen en een woonschip; woonkosten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet; 2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan o.a.: de rioolrechten, het eigenaaraandeel van de onroerende zaakbelasting, een vast bedrag voor onderhoud, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten; netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel ziekenfondspremie; de loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend overeenkomstig de bepalingen in artikel 37 WWB, tweede lid, van de wet. kostgever/hospita: een persoon die anderen voorziet in huisvesting en huishoudelijke zorg, waarvoor door deze personen kostgeld wordt betaald. schaalvoordelen: dit begrip wordt gehanteerd in de situatie dat de belanghebbende de algemeen noodzakelijke bestaanskosten met een ander deelt of kan delen. 2.. Als gehuwde of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde die met een persoon een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Met gehuwden worden tevens gelijk gesteld de als partners geregistreerden. 3.. Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5.. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel