Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3 › Paragraaf 3.4.

Artikel 20

Vaststelling

Onderdeel van Subsidieverordening gemeente Zuidlaren

1.. De subsidie-ontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de activiteiten, zoals bedoeld in het activiteitenprogramma, of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in tenzij: a.. de subsidie met toepassing van artikel 22 ambtshalve wordt vastgesteld of, b.. bij deze verordening of bij de subsidieverlening is bepaald dat de aanvraag pas wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak, waarvoor de subsidie is verleend of, c.. de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 12 anders is geregeld. 2.. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door de subsidie-ontvanger een financiële en inhoudelijk rapportage ingestuurd. 3.. In de inhoudelijke rapportage worden in ieder geval beschreven de aard en de omvang van de activiteiten en een vergelijking tussen nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen. Burgemeester en wethouders kunnen daartoe nadere regels stellen. 4.. De in lid 2 genoemde financiële rapportage wordt bij subsidiebedragen van meer dan € 22.689,01 voorzien van een verklaring van getrouwheid, zoals bedoeld in artikel 393 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een daartoe bevoegde accountant. Daarbij wordt tevens gerapporteerd omtrent recht- en doelmatigheid, alsmede over de naleving van de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidiebedragen van minder dan € 22.689,01 het vierde lid van overeenkomstige toepassing verklaren. 6.. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast, tenzij toepassing wordt gegeven aan de artikelen 21, 22, 24 of 25. 7.. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken, nadat de aanvraag bedoeld in het eerste lid is ingediend, tenzij toepassing is gegeven aan het in het eerste lid, sub a tot en met c gestelde. 8.. Indien de aanvraag tot vaststelling niet binnen de daartoe gestelde termijn is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidie-ontvanger een termijn stellen, waarbinnen de aanvraag alsnog wordt ingediend. 9.. Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ambtshalve vaststellen, als na afloop van de in het zevende lid bedoelde termijn geen aanvraag is ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel