**1..** De subsidie-ontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de
activiteiten, zoals bedoeld in het activiteitenprogramma, of het
tijdvak waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot
subsidievaststelling in tenzij:
**a..** de subsidie met toepassing van artikel 22 ambtshalve wordt
vastgesteld of,
**b..** bij deze verordening of bij de subsidieverlening is bepaald dat
de aanvraag pas wordt ingediend telkens na afloop van een
gedeelte van het tijdvak, waarvoor de subsidie is verleend
of,
**c..** de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld
in artikel 12 anders is
geregeld.
**2..** Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door de
subsidie-ontvanger een financiële en inhoudelijk rapportage
ingestuurd.
**3..** In de inhoudelijke rapportage worden in ieder geval beschreven
de aard en de omvang van de activiteiten en een vergelijking
tussen nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een
toelichting op de verschillen. Burgemeester en wethouders kunnen
daartoe nadere regels stellen.
**4..** De in lid 2 genoemde financiële rapportage wordt bij
subsidiebedragen van meer dan € 22.689,01 voorzien van een verklaring van getrouwheid, zoals
bedoeld in artikel 393 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een
daartoe bevoegde accountant. Daarbij wordt tevens gerapporteerd
omtrent recht- en doelmatigheid, alsmede over de naleving van de
aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden
verplichtingen.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidiebedragen van
minder dan € 22.689,01 het vierde lid van overeenkomstige
toepassing verklaren.
**6..** Burgemeester en wethouders stellen de subsidie overeenkomstig de
subsidieverlening vast, tenzij toepassing wordt gegeven aan de
artikelen 21, 22, 24 of 25.
**7..** Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13
weken, nadat de aanvraag bedoeld in het eerste lid is ingediend,
tenzij toepassing is gegeven aan het in het eerste lid, sub a
tot en met c gestelde.
**8..** Indien de aanvraag tot vaststelling niet binnen de daartoe
gestelde termijn is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders
de subsidie-ontvanger een termijn stellen, waarbinnen de
aanvraag alsnog wordt ingediend.
**9..** Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ambtshalve
vaststellen, als na afloop van de in het zevende lid bedoelde
termijn geen aanvraag is ingediend.
Paragraaf 3 › Paragraaf 3.4.
Artikel 20
Vaststelling
Onderdeel van Subsidieverordening gemeente Zuidlaren