• - De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren of indien het parkeren achter een hefboom betreft, bij het beëindigen van het parkeren.
  • - De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
  • - Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.