**1..** Indien de belanghebbende, in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag of nadien, naar het oordeel van het college een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, uit de wet, de artikel 30 c SUWI, voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, of zich jegens het college zeer ernstig misdraagt, wordt het recht op bijstand afgestemd.
**2..** Het college stemt het recht op bijstand af rekening houdend met:
de ernst van de gedraging,
de mate waarin belanghebbende de gedraging verweten kan worden, en
de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende.