De uitkeringsgerechtigde, die recht heeft op vrijlating van
arbeidsinkomsten op grond van artikel 3 of artikel 9 van de
invoeringswet heeft in hetzelfde kalenderjaar geen recht op een
premie deeltijdarbeid als bedoeld in artikel 4 van deze
verordening. Het totaal dat in een kalenderjaar op grond van
deze verordening aan inkomensvrijlatingen, premies en/of
onkostenvergoeding wordt verstrekt bedraagt maximaal het bedrag
zoals genoemd in artikel 31, lid 2 sub j van de wet.
Het in artikel 31, lid 2 sub j van de wet genoemde maximum wordt
voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger dan
vijf jaar is, verlaagd met de door hen ontvangen aanvullende
alleenstaande ouderkorting en de combinatiekorting zoals bedoeld
in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De hoogte van de premieverstrekking als bedoeld in artikel 4 en
5 kan maximaal € 750 per jaar bedragen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Cumulatie van inkomstenvrijlating en premies
Onderdeel van Premieverordening Wet werk en bijstand 2004