Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Toekenning en weigering van voorzieningen

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Medemblik

1. Een voorziening kan worden toegekend indien: a. deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen; b. deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; c. deze in overwegende mate op het individu is gericht. 2. Een voorziening wordt niet toegekend: a. indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; b. indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Medemblik; c. voor zover er op grond van enige andere wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat, ook wel voorliggende voorziening genoemd; d. voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; e. voor zover aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; f. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt; g. indien de voorziening waarop de aanvraag betrekking heeft al eerder krachtens deze, of voorafgaande versie van deze verordening is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen.

Rechtspraak bij dit artikel